Week 1 (1–7 apr) – volop starten
- De bodem warmt op: maak zaaibedden klaar waar nodig.
- Zaai buiten de eerste gewassen bij geschikt weer.
- Plant voorgekweekte planten voorzichtig uit.
- Bescherm jonge zaailingen bij kans op nachtvorst.
Week 2 (8–14 apr) – zaaien en uitplanten
- Buiten zaaien kan nu breder: wortel, biet, sla, spinazie, radijs.
- Plant uiensets, sjalotten en aardappelen.
- Binnen voorgezaaide planten laten wennen aan buiten (afharden).
- Houd de grond licht vochtig bij droog weer.
Week 3 (15–21 apr) – verzorgen en bijhouden
- Dun gezaaide rijen tijdig uit.
- Blijf regelmatig zaaien voor een gespreide oogst.
- Houd onkruid klein door het direct te verwijderen.
- Controleer op slakken en andere vraat.
Week 4 (22–30 apr) – richting groei
- Plant meer warmteminnende gewassen alleen bij stabiel weer.
- Ondersteun klimmende gewassen zoals erwten.
- Geef water bij droogte, vooral bij jonge planten.
- Controleer regelmatig de ontwikkeling van gewassen.
Klusjes voor de hele maand april
- Blijf rekening houden met late nachtvorst.
- Werk de bodem alleen als deze niet te nat is.
- Zaai liever in kleine hoeveelheden, maar vaker.
- Bescherm jonge planten waar nodig.
- Combineer werken met observeren: de tuin verandert snel.
Mini-zaailijst april
Binnen voorzaaien:
Courgette
Pompoen
Komkommer
Onder glas / beschut:
Sla
Basilicum
Koolsoorten
Buiten (weer- en bodemafhankelijk):
Wortel
Biet
Radijs
Spinazie
Sla
Erwten